Nieuws

Augustus 2011
BTW-correctie auto van de zaak

Recentelijk is er een uitspraak geweest van de Rechtbank in Haarlem over de btw-correctie voor het privégebruik van de auto van de zaak. Hiermee kwam de gehele correctie op losse schroeven te staan. Meteen na de uitspraak is nieuwe wetgeving aangekondigd om dit probleem op te lossen.

Vanaf 1 juli is de correctie op de btw voor het privégebruik niet meer gekoppeld aan het bijtellingspercentage voor de loon- en inkomstenbelasting. De btw-correctie is voortaan forfaitair vastgesteld op 2.7% van de catalogusprijs inclusief BTW en BPM. Zoals bij de oude regelgeving dient deze correctie in het laatste btw tijdvak van het jaar plaats te vinden.

De loskoppeling van het bijtellingspercentage heeft negatieve gevolgen voor de zuinige auto’s die onder het 14% en 20% regime vallen. De btw correctie zal iets hoger zijn dan voorheen waar de correctie uitkwam op (12%x14%) 1% en (12%x20%) 2%. Relatief onzuinige auto’s die onder het 25% regime vallen, komen iets gunstiger uit dan onder de oude regelgeving (was 3%).

Het is nu alleen nog de vraag hoe de Belastingdienst zal omgaan met de periode van 1 januari tot 1 juli. Dit hangt ook mede af van de uitkomst van het hoger beroep dat de Belastingdienst heeft ingesteld.

naar boven

April 2011
Huisvesting ZZP-er

De overheid bemoeit zich nadrukkelijk met hypotheekconstructies. Ondernemers die vanuit hun eigen huis werken moeten mogelijk op zoek naar alternatieven om hun huisvestingkosten fiscaal te kunnen blijven optimaliseren.

Zoals het er nu voorstaat, kunnen met ingang van 1 augustus a.s. geen nieuwe volledig aflossingsvrije hypotheken meer worden afgesloten. Het aflossingsvrij deel mag dan maximaal de helft van de waarde zijn. Het gevolg kan zijn dat ondernemers die vanuit hun eigen huis werken (zzp-ers) mogelijk over minder liquiditeit kunnen beschikken omdat er naast rente ook aflossingen betaald moeten worden. En die aflossingen zijn niet fiscaal aftrekbaar. Voor deze zzp-ers zou het wellicht aantrekkelijk kunnen worden te gaan huren.

De regels van zelfstandige werkruimte (aparte ingang, eigen sanitair, verhuurbaar aan derden) zijn helder. Een evenredig deel van de huisvestingskosten mag worden afgetrokken.

Bij een onzelfstandige werkruimte, bijvoorbeeld een kamer of zolder ligt het wat anders. Wanneer het zakelijk gebruik van de woning aanzienlijk is (bij 25% is daar al sprake van), mogen alle huisvestingskosten worden afgetrokken (huurlasten, energie, verzekeringen etc.). Wel dient er dan een bijtelling vanwege privégebruik plaats te vinden. De bijtelling is doorgaans 1.35% van de WOZ-waarde voor het hele pand. In bijna alle gevallen ontstaat op deze manier een fiscale aftrekpost die voor liquiditeitsruimte kan zorgen.

De keuze om het huurrecht op de ondernemingsbalans te zetten kan in beginsel alleen bij aangaan van de huurovereenkomst gemaakt worden tenzij er sprake is van een bijzondere omstandigheid.

naar boven

Maart 2011
Grote BTW teruggaaf? Informeer de belastingdienst vooraf.

Periodiek doet u aangifte voor de BTW. Aan de hand van die aangifte moet u BTW afdragen of krijgt u terug. Normaal gesproken is er een bepaald patroon in uw aangiften. De te betalen of te ontvangen BTW bevindt zich tussen een bepaalde bandbreedte.

Bij grote investeringen in bedrijfsmiddelen of onroerend goed, wilt u de betaalde BTW natuurlijk zo snel mogelijk weer terug ontvangen, het gaat dan immers om forse bedragen. Echter bij de aangifte zal het terug te vragen bedrag buiten de bandbreedte vallen waardoor de aangifte niet automatisch verwerkt zal worden maar op het bureau van de inspecteur belandt. De inspecteur zal vervolgens schriftelijk verzoeken om bewijsmateriaal in de vorm van aankoopnota’s, waarna dat vervolgens beoordeeld moet worden en waarna het sein tot teruggaaf eindelijk op groen gaat. Dit heeft natuurlijk een aantal weken vertraging tot gevolg.

Om vertraging te voorkomen, kunt u op eigen initiatief in de maand waarop u investeert reeds contact zoeken met de inspecteur van het kantoor waar u onder valt om hem of haar op de hoogte te brengen en alle relevante stukken opsturen. In de praktijk wordt uw aangifte nog steeds niet automatisch verwerkt, maar zal de fiattering door de inspecteur een stuk vlotter verlopen doordat hij of zij de aangifte herkent. Uiteraard dient u dan wel over een correcte BTW facturen te beschikken.

naar boven

Januari 2011
Wijziging partnerbegrip per 1 januari 2011

Per 1 januari 2011 worden er wijzigingen doorgevoerd aan het fiscaal partnerschap. Onder de huidige regeling kunt u, wanneer u aan bepaalde voorwaarden voldoet, zelf kiezen voor fiscaal partnerschap of niet. In de nieuwe regeling vervalt die keuze en bepaalt de feitelijke situatie of u fiscaal partner bent of niet.
Als uitgangspunt geldt dat gehuwden, geregistreerd partners en ongehuwd samenwonenden met een notariële samenlevingsovereenkomst automatisch fiscaal partner zijn en dat voor anderen de keuzemogelijkheid in beginsel vervalt.

De wijziging zal gelden voor de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Wet inkomstenbelasting 2001, de Successiewet en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. Voor de Successiewet is daarnaast aanvullend bepaald dat met ingang van 1 januari 2011 ongehuwd samenwonenden als partners worden aangemerkt als zij langer dan vijf jaar op hetzelfde woonadres staan ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie, daarbij maakt het niet uit of zij al dan niet een notarieel samenlevingscontract zijn aangegaan.

In afwijking van het algemene partnerbegrip kan voor de Successiewet niet worden gekozen voor de kwalificatie van partner voor het gehele jaar indien slechts een deel van het jaar sprake is van fiscaal partnerschap. Het partnerschap van gehuwden eindigt voor die wet daarnaast pas als de scheiding door de rechter is uitgesproken en deze uitspraak is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

naar boven

September 2010
BTW-aftrek privéauto

Wanneer u als IB-ondernemer besluit de privéauto ook zakelijk te gebruiken, dan mag u voor alle ritten de bekende € 0,19 per kilometer als autokosten opvoeren. De werkelijke autokosten zoals onderhoud, brandstof, verzekering en wegenbelasting zijn niet aftrekbaar van de winst. Maar er zijn wél aftrekmogelijkheden voor wat betreft de BTW van de autokosten.

BTW op gebruiks- en onderhoudskosten is naar aftrekbaar voor zover u de auto gebruikt voor BTW-belaste ondernemersactiviteiten. De zakelijke ritten blijken uit een kilometeradministratie en de BTW is naar rato aftrekbaar. Wanneer er geen kilometeradministratie is, mag u 75% van de BTW op het totaal gebruiks- en onderhoudskosten als voorbelasting opvoeren. Dat geldt dus ook voor de kosten van privéritten! Wanneer u vermoedt dat u met de privéauto hoofdzakelijk zakelijk rijdt, of in ieder geval meer dan 75%, is het uiteraard verstandig wél een kilometeradministratie bij te houden zodat u meer dan 75% van de BTW kunt aftrekken.

Soms kunt u alsnog besluiten de privéauto over te hevelen naar de zaak. Maar over het algemeen is dit niet zo voordelig en bovendien kunt u de BTW die bij aankoop van de auto is betaalt dan niet alsnog in aftrek brengen.

naar boven

Augustus 2010
Kwartaalaangifte BTW ook in 2011

Ondernemers kunnen in 2011 ook kiezen of ze hun BTW-aangifte per maand of kwartaal doen. Demissionair Minister de Jager heeft dat besloten.

Of u BTW- aangifte per maand of kwartaal moet doen was voor 2009 afhankelijk van het gemiddeld af te dragen BTW bedrag waarbij de grens lag op een af te dragen BTW bedrag van €15.000 per kwartaal. Sinds 2009 is deze grens komen te vervallen en is het mogelijk om de BTW aangifte voor uw onderneming per kwartaal te doen, eind 2010 zou deze tijdelijke crisismaatregel komen te vervallen, maar vanwege het succes wordt de regeling met een jaar verlengd.

De kwartaalaangifte betekent een liquiditeitsimpuls voor het bedrijfsleven van enkele miljarden euro’s. De Jager:”Samen zijn de ondernemers die per kwartaal aangifte doen goed voor 90% van het totaal aan BTW inkomsten. Dit hoge percentage bewijst het succes, voor 2009 was dit slechts 5%”.

Toch is kwartaalaangifte niet per definitie gunstiger voor u als ondernemer. Als u meestal BTW teruggevraagd of op korte termijn grote investeringen gaat doen, kunt u beter per maand aangifte blijven doen.

naar boven

Juni 2010
VAR verklaring, wat is dat nu eigenlijk?

De VAR is een Verklaring ArbeidsRelatie. Het is een document waarin de belastingdienst de status als zelfstandige vermeld. Een ZZP’er, freelancer of zelfstandig ondernemer is voor de belastingdienst overigens hetzelfde. Een VAR verklaring is niet verplicht! Vaak wordt door opdrachtgevers wel gevraagd om een VAR verklaring.

Er zijn 4 verschillende modellen. VAR WUO (winst uit onderneming), VAR ROW (resultaat overige werkzaamheden), VAR Loon en VAR DGA. Middels een aanvraagformulier met daarop een aantal vragen kunt u een VAR aanvragen. De belastingdienst beoordeelt op basis van de gegeven antwoorden welke VAR aan u afgegeven wordt.

In het geval van VAR WUO en VAR DGA, ziet de belastingdienst u als 100% ondernemer (met alle daarbij behorende rechten en plichten) en is uw opdrachtgever gevrijwaard van mogelijke aanspraken ten aanzien van loonbelasting en sociale premies.

In het geval van VAR ROW en VAR loon moet de opdrachtgever zelf toetsen of er wel of niet sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en of er daarbij loonbelasting en sociale premies afgedragen dienen te worden. Bij twijfel of er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking kan de opdrachtgever de bleastingdienst om een uitspraak vragen. Als opdrachtnemer kunt u UWV om een uitspraak vragen. De belastingdienst kan achteraf toch een (fictieve) dienstbetrekking constateren, wat uiteraard ook gevolgen heeft voor uw opdrachtgever ten aanzien van loonbelasting en sociale premies.

naar boven

Mei 2010
50% regel

Onderstaan bericht handelt over het urencriterium van 1225 om in aanmerking te komen voor bijvoorbeeld de zelfstandigenaftrek. Naast, of beter als aanvulling, op dit uren criterium bestaat er ook de 50% regel. Deze regel houdt in dat wanneer u hybride ondernemer bent, dus daarnaast ook nog in loondienst, voor ten minste 50% van de totaal gewerkte uren in loondienst en als zelfstandige samen, in de onderneming actief bent. U dient dus aan beide voorwaarden te voldoen! Praktisch betekent dit dat u bij een loonbetrekking van 30 uur per week ook tenminste 30 uur per week als ondernemer werkt. Het kan dus voorkomen dat u wél voldoet aan het urencriterium, maar níet aan de 50% regel. Is dit het geval, dan kunt u dus ook geen gebruik maken van de fiscale ondernemersfaciliteiten.

Om ondernemen te stimuleren geldt deze 50% regel niet voor startende ondernemingen. Hiermee kunnen starters die vanuit een dienstbetrekking graag de stap maken naar zelfstandig ondernemerschap, de eerste 3 jaar van hun onderneming makkelijker combineren met hun (af te bouwen) baan. Er moet nog wel voldaan worden aan de 1225 uur eis.

Overigens kan een hybride of deeltijdondernemer in belastingjaar 2010 wel zonder meer gebruik maken van de MKB winstvrijstelling. Als maatregel om de economie te stimuleren, is het urencriterium en daarmee ook de 50% eis komen te vervallen voor deze aftrekpost/vrijstelling.

naar boven

April 2010
Versoepeling urencriterium ZZP’er.

Het zelfstandig ondernemerschap brengt een aantal interessante fiscale aftrekposten met zich mee. Aan de meeste van deze aftrekposten zitten logischerwijs wel voorwaarden verbonden. Één van die voorwaarden die bij de meeste wel bekend is, is het urencriterium. Dit criterium houdt onder andere in dat, om in aanmerking te komen voor bijvoorbeeld zelfstandigen aftrek, er minimaal 1225 uur aan werkzaamheden wordt besteed aan de onderneming.

Onlangs bracht demissionair minister De Jager in het nieuws dat het 1225 uur criterium voor ZZP’ers versoepeld werd, hij stelde dat nu ook bijvoorbeeld uren voor scholing en administratie t.b.v. de eigen onderneming meegerekend mogen worden. Een sigaar uit eigen doos, jurisprudentie toont aan dat dit al het geval was!

Nuancering vanuit de belastingdienst brengt dat er toch wel degelijk versoepeld wordt. Zoals de belastingdienst het stelt: “Bij de beoordeling van de aannemelijkheid van het aantal bestede uren aan de hiervoor genoemde activiteiten, zullen de inspecteurs voor de jaren 2009 en 2010 in geval van mogelijke twijfel enige soepelheid betrachten”.

Concreet betekent dit dat de bewijslast voor niet-declarabele uren besteed aan bijvoorbeeld acquisitie, het opzetten van de onderneming, zelf ontwerpen van de eigen website, e.d. versoepeld wordt. Belangrijk, zeker voor starters, want juist voor dergelijke

naar boven

November 2009
Belastingplan 2010

De vaste Kamercommissie voor Financiën behandelt begin deze maand het Belastingplan 2010. De maatregelen in het plan zijn vooral gericht op meer en makkelijker ondernemen. Hieronder enkele belangrijke punten uit het plan.

Laag BTW tarief uitgebreid
Vanaf volgend jaar vallen ook de volgende categorieën onder het lage BTW tarief van 6%
- Schilder en stucadoors werkzaamheden van huizen die 2 jaar of ouder zijn (nu 15 jaar)
- Schoonmaakwerkzaamheden bij particulieren
- Digitaal educatief materiaal, via fysieke drager zoals CD, DVD, luisterboeken
- Vervoer per tuktuk, motor- en fietstaxi

Verhoging MKB winstvrijstelling
Staatssecretaris De Jager verhoogt de MKB-winstvrijstelling van 10,5% naar 12%. Het verhogen van deze vrijstelling verlaagt de marginale belastingdruk op behaalde winst. Bij een winst na toepassing van de ondernemersaftrek van bijvoorbeeld € 50.000 is vanaf 1 januari 2010 de eerste € 6.000 vrijgesteld (was € 5.250).
Voor de winstvrijstelling geldt nu nog de voorwaarde dat wordt voldaan aan het urencriterium, een ondernemer moet minimaal 1225 uur ondernemen om voor de vrijstelling in aanmerking te komen. Deze voorwaarde vervalt. Voortaan bestaat dus recht op de MKB-winstvrijstelling ongeacht het aantal uren dat aan een onderneming wordt besteed. Hybride ondernemers (mensen die naast een baan een onderneming hebben) en deeltijdondernemers (zonder baan ernaast) kunnen daardoor ook gebruik maken van de winstvrijstelling. Door het afschaffen van het urencriterium wordt het aantrekkelijker om een onderneming te starten in deeltijd of naast een baan. De maatregel past daarmee in het kabinetsbeleid om de overgang van een uitkering of van een baan naar ondernemerschap makkelijker te maken.

Verlenging versnelde mogelijkheid tot afschrijving
De tijdelijke regeling voor versnelde afschrijving wordt verlengd. Voor investeringen in bedrijfsmiddelen in 2009 was versnelde afschrijving al mogelijk. De Jager verlengt deze maatregel met 1 jaar. Dit betekent dat ook investeringen die gedaan zijn in 2010 in 2 jaar kunnen worden afgeschreven. (maximaal 50% in 2010 en maximaal 50% in 2011).

Vereenvoudiging bijleenregeling eigen woning
De bijleenregeling wordt op 3 punten vereenvoudigd:

Termijn eigenwoningreserve van 5 naar 3 jaar
De eigenwoningreserve ontstaat uit de overwaarde als de (oude) woning wordt verkocht en de verkoopopbrengst meer is dan de eigenwoningschuld van die (oude) woning. De vijfjaarstermijn houdt in dat de eigenwoningreserve tot vijf jaar na verkoop van de woning fiscaal relevant blijft. Zowel de burger als de Belastingdienst moeten hier vijf jaar rekening mee houden. Deze termijn wordt bekort tot drie jaar.

Uitbreiden renteaftrek meegefinancierde kosten
Starters op de woningmarkt mogen de rente aftrekken over de lening die is aangegaan om bepaalde kosten te betalen die samenhangen met de hypotheek, zoals afsluitprovisie, notariskosten en taxatiekosten. Doorstromers (dat zijn kopers die een andere woning zoeken en een lege woning achterlaten voor een ander) mochten de rente over deze kosten niet meer aftrekken. Die ongelijkheid vervalt nu door ook doorstromers renteaftrek te geven over een lening voor kosten voor de hypotheek.

Afschaffen goedkoperwonenregeling
De goedkoperwonenregeling is een complexe uitzondering op de bijleenregeling die geldt bij verhuizen naar een goedkoper huis. Bij verhuizen geldt als hoofdregel dat voor het nieuwe huis geen renteaftrek mogelijk is tot het bedrag van de overwaarde die is behaald bij de verkoop van het oude huis. Die regel gold niet bij verhuizing naar een goedkoper huis. In
de uitvoering is de regeling dermate complex gebleken (ook vanwege de mogelijke samenloop met andere uitzonderingen) dat is besloten om voortaan ook bij verhuizing naar een goedkopere woning de hoofdregel te volgen.

naar boven

Oktober 2009
Bijtelling Youngtimer

Het nieuwe wetsvoorstel waarbij bijtelling over auto’s van 15 tot 25 jaar oud over de cataloguswaarde in plaats van de economische-/dagwaarde zou moeten worden betaald is van de baan. Inspanningen van ondernemer Wouter van Embden, die de protestsite www.bijtellingyoungtimer.nl opzette, heeft ChristenUnie-kamerlid Cramer zijn plannen doen herzien. Daarmee kunnen youngtimer bezitters weer rustig ademhalen. Wanneer de belasting over hun auto’s voortaan over de cataloguswaarde zou worden berekend, zouden bezitters van deze doorgaans ooit zeer prijzige auto’s, honderden euro’s per maand meer gaan betalen. Een nieuw voorstel, waarbij het bijtellingspercentage voor deze auto’s op 35% over de dagwaarde komt, wordt 19 november behandeld.

naar boven

September 2008
BTW en faillissement opdrachtgever

Veel ondernemers hebben hier wel eens mee te maken gehad. Hard gewerkt om een opdracht af te ronden en dan blijkt de opdrachtgever failliet. Geen geld en vervolgens de verplichting bewijs te verzamelen omtrent het faillissement en een speciaal verzoek aan de Belastingdienst voor teruggaaf van de eerder voldane BTW.

Het kan ook anders en makkelijker, wanneer u er zeker van bent dat het factuurbedrag in zijn geheel niet invorderbaar is, kunt u uw oprdrachtgever laten weten dat u van de invordering afziet. Dit kan middels een creditfactuur aan de opdrachtgever (of curator), waarin u aangeeft van de invordering af te zien. In het geval de vordering wordt prijsgegeven ontstaat recht op teruggaaf in hetzelfde tijdvak waarin de creditfactuur gedateerd is. Het verzoek om teruggaaf kan dan gewoon meegenomen worden met de elektronische aangifte BTW.

naar boven

Mei 2008
Bestelauto en bijtelling voor prive-gebruik

Als u ondernemer bent voor de omzetbelasting, dan hoeft u voor een bestelauto geen BPM te betalen. Als u of uw werknemer de bestelauto ook voor prive-doeleinden gebruikt moet u of uw werknemer desondanks de 25% bijtelling berekenen over de cataloguswaarde inclusief BPM. Op het kenteken van de bestelauto wordt wel een BPM-bedrag vermeld, zodat u de grondslag van de bijtellinge eenvoudig kunt vaststellen.
De wet is in de afgelopen jaren een aantal keren gewijzigd. Een gevolg daarvan is dat het bovenstaande geldt voor bestelauto's waarvan het kenteken op of na 1 juli 2005 is afgegeven. Voor bestelauto's met een kenteken van voor deze datum is de grondslag voor bijtelling exclusief BPM.

naar boven


Oktober 2007
Nieuwe regels onderhanden werk

Met ingang van 1 januari 2007 zijn de waarderingsregels voor onderhanden werk gewijzigd. Voortaan dient ‘voortschrijdend winst’ te worden genomen. Voor onder andere bedrijven in de bouw en infrastructuur, de installatiesector, de scheepsbouw en de vrije beroepsbeoefenaren kan dit een fors bedrag aan extra belasting over 2007 tot gevolg hebben
Onderhanden werk moet voortaan gewaardeerd worden op het gedeelte van de overeengekomen vergoeding dat overeenkomt met de stand van het onderhanden werk of de onderhanden opdrachten per balansdatum (voortschrijdende winst). Voorheen was het mogelijk om de winst pas te verantwoorden bij oplevering van het werk of bij voltooiing van de opdracht. Dit betekend dat naast de direct toerekenbare kosten nu ook het constante deel van de algemene kosten en een winstaandeel moeten worden geactiveerd. De tussentijdse winst is redelijk eenvoudig vast te stellen omdat vrijwel alle bedrijven met langlopende projecten voor-, tussentijdse en nacalculaties maken.
Werkt u aan een project dat reeds in 2006 is gestart en pas in 2008 afgerond wordt, dan moet u in een keer de winst over 2006 en 2007 op het project in uw resultatenrekening tot uitdrukking laten komen.
Het is nog wel mogelijk om een voorziening te vormen als een project verliesgevend is of dreigt te worden.

naar boven


september 2007
Eisen aan aftrek BTW benzine bonnen

De Belastingdienst toont een steeds grotere belangstelling voor de BTW op brandstof. Veel ondernemers betalen de brandstof contant maar de Belastingdienst stelt als eis dat de brandstof traceerbaar door of namens een bedrijf is betaald. In de praktijk betekend dit dat bij een contante betaling van de brandstof, zonder dat op de bon specifiek de gegevens van de afnemende ondernemer vermeld staan, BTW niet aftrekbaar is. Dit kan ondervangen worden door bij contante betaling een factuur met uw betreffende NAW gegevens te vragen, maar makkelijker is om met “plastic” te betalen. Immers, door pin, credit card of tank card is de betaling en afname van de brandstof makkelijk traceerbaar.

naar boven

juni 2007
Uitbreiding regeling bedrijfsfitness

Een werknemer die gezond van lijf en leden is, presteert beter en gaat langer mee. Vanuit dat oogpunt is de bedrijfsfitnessregeling ontstaan. Inmiddels is de regeling met terugwerkende kracht tot 1 januari 2007 uitgebreid. U heeft nu drie mogelijkheden voor de plaats waar uw werknemers kunnen bedrijfsfitnessen:

1. in de vestiging van uw bedrijf. Het maakt dan niet uit of de werknemer al dan niet op de betreffende vestiging werkt.
2. in een door u voor al uw werknemers aan te geven fitnesscentrum.
3. in elke vestiging van het fitnessbedrijf waarmee u een overeenkomst voor (nagenoeg) al uw medewerkers heeft gesloten.

Als u meerdere vestigingen heeft, dan gelden de mogelijkheden 2 en 3 per vestiging omdat het praktisch niet haalbaar is om voor alle werknemers eenzelfde regeling te laten gelden.
Dit kan met name afhankelijk zijn van de ligging van een vestiging. Het is ook toegestaan dat u voor de ene vestiging wel een regeling heeft en voor een andere vestiging niet.
In dit kader wordt de arbeidsplaats van een thuiswerker niet als “een vestiging van de werkgever” aangemerkt, anders zou sprake kunnen zijn van individuele fitness. Dat betekent overigens niet dat thuiswerkers niet aan een regeling deel kunnen nemen. Zij kunnen op dezelfde manier deelnemen als de werknemers die op het bedrijf werken.

naar boven

april 2007
Perfect Partners steunt MINI's voor KIKA

Zondag 22 april organiseert de New Mini Club de toertocht MINI's voor KIKA. De gehele dag staat in het teken van het goede doel Kinderen Kankervrij, die zich inzet voor het werven van fondsen voor vernieuwend onderzoek en andere activiteiten op het gebied van kinderkanker, gericht op minder pijn, strijd, meer genezing en kwaliteit. Vanuit het hele land zullen meer dan 100 MINI's samen komen om zoveel mogelijk geld in te zamelen voor dit goede doel. Diverse bedrijven, waaronder ook wij van Perfect Partners Alphen a/d Rijn, ondersteunen deze actie. We vinden dit een fantastisch initiatief van de New Mini Club en zijn blij daaraan een bijdrage te kunnen leveren. Uiteraard hopen we op een zeer grote opbrengst! Wilt u zelf ook een bijdrage leveren? Klik op de onderstaande links van de New Mini Club of KIKA voor meer informatie.

Website MINI's voor KIKA
Website KIKA

naar boven

maart 2007
Aandeelhoudersovereenkomst onderschat

Iedereen zal het er over eens zijn dat de afspraken bij een samenwerking duidelijk moeten zijn geformuleerd en vastgelegd. Wanneer u in een BV of NV gaat werken, alleen of met meerderen, worden de calamiteiten in de statuten geregeld, dus aanvullende afspraken zijn niet nodig. Wanneer u wel werkafspraken maakt, ziet u de noodzaak niet direct om deze schriftelijk vast te leggen.
Dit is nu precies wat u wel moet doen. Doet u dit niet dan kan het ontbreken van duidelijkheid vooraf zorgen voor geschillen. Hoe luiden bijvoorbeeld uw afspraken wanneer een van de medeondernemers arbeidsongeschikt raakt of overlijdt? En binnen welke termijn moeten de aandelen worden verkocht en tegen welke waarde? Mag u alleen of na gezamenlijk overleg personeel aannemen? Wat spreekt u af over de hoogte van de directeursbeloningen en de verdeling van de winst? Wanneer u hierover niet vooraf duidelijkheid hebt, komt het maar al te vaak voor dat u er later bij zakelijke problemen niet meer gezamenlijk uitkomt. Immers in de loop der jaren ontstaan , verdwijnen of wijzigen mondelinge afspraken of worden ze door directieleden verschillend uitgelegd.
Werkafspraken kunnen zowel in de statuten als in de aandeelhoudersovereenkomst worden opgenomen, maar wanneer zij in strijd met elkaar zijn, zullen de statuten prevaleren. Bovendien moeten werkafspraken, die u in de statuten wilt aanpassen, altijd door een notaris bekrachtigd worden. Daarom is het veel praktischer de afspraken alleen vast te leggen in een onderhandse overeenkomst
Een langdurige en succesvolle zakelijke samenwerking begint dan ook bij vooraf gemaakte werkafspraken c.q. aandeelhoudersovereenkomst.


naar boven

december 2006
Voorkom missers in de BTW

De belastingdienst weet uit ervaring op welke punten de aangifte omzetbelasting over het algemeen mank gaat. Bij een boekenonderzoek worden er dan ook altijd fouten gevonden. Een van de belangrijkste punten bij een controle is of de aangifte omzetbelasting aansluit bij uw winst- en verliesrekening. Andere favoriete punten van de inspecteur bespreken wij in dit artikel.
Wanneer u uw personeel eten, drinken, kerstpakket of een auto van de zaak ter beschikking stelt, kunt u te maken krijgen met de zogenaamde Besluit Uitsluiting Aftrek (BUA) – regeling. Deze regeling corrigeert de BTW over verstrekkingen en vergoedingen aan uw personeel die u in eerste instantie volledig heeft afgetrokken. Als er meer dan € 227 per werknemer is uitgegeven krijgt u hiermee te maken. De genoemde drempel wordt vrijwel altijd overschreden als er een auto in het spel is. Houdt u er ook rekening mee dat wordt gekeken op welke dag de kosten zijn gemaakt.
De BTW op de buitenlandse brandstofbonnen zal meestal ook extra aandacht van de inspecteur krijgen. Vaak wordt deze BTW als Nederlandse voorheffing verwerkt, wat niet juist is. Buitenlandse omzetbelasting vraagt u terug met een daarvoor bestemd formulier, uiterlijk vóór 1 juli van het jaar dat volgt op het jaar waarin de kosten zijn gemaakt, bij de belastingdienst van het land waarin de BTW is betaald.
Wanneer u als DGA of IB ondernemer een auto op de balans van uw onderneming heeft opgenomen, zult u meestal alle in rekening gebrachte BTW van de aanschaf, de brandstof en het onderhoud in aftrek brengen. In de laatste aangifte van het jaar doet u een bijtelling over het privé-gebruik van de auto. De correctie bedraagt 12% x de cataloguswaarde x het bijtellingpercentage. De bijtelling kan niet hoger zijn dan de werkelijk gemaakte autokosten in dat jaar.

naar boven

oktober 2006
Beperking verliesverrekening

Volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 kunnen verliezen alleen met inkomens uit dezelfde box verrekend worden. Een verlies kunt u verrekenen met inkomsten uit de drie voorafgaande jaren en noemt men carry back. Blijft er daarna nog een verrekenbaar verlies over, dan kunt u dit verlies verrekenen met toekomstige winsten en noemt men carry forward. Alleen in box 1 en box 2 kunnen te verrekenen verliezen ontstaan. Gaat het om verliezen uit uw inkomstenbelastingonderneming, dan zijn deze verliezen onbeperkt verrekenbaar met toekomstige winsten. Eerst worden de gewone verliezen verrekend, daarna de ondernemingsverliezen.
Met de Nota Werken aan winst staan er voor de huidige verliesverrekening belangrijke wijzigen op stapel. Bij achterwaartse verliesverrekening voor B.V.’s en aanmerkelijkbelanghouders wordt de huidige termijn van drie jaar beperkt tot één jaar. Deze beperking geldt niet voor ondernemingswinsten belast in de inkomstenbelasting. Deze termijn blijft drie jaar. De huidige onbeperkte voorwaartse verliesverrekening wordt straks beperkt tot negen jaar. Dit gaat zowel gelden voor de vennootschapsbelasting als de inkomstenbelasting. Voor nog niet verrekende verliezen van vóór 2002 of eerder wordt een overgangsregeling getroffen. Deze verliezen blijven verrekenbaar tot en met 2011.

naar boven